De eerste 8 jaren

Colin Hoek, Oldemarkt

Dat hardrijderijen met paarden moet flink in de smaak zijn gevallen in Olde-markt! Al decennialang renden de paarden door het dorp, waarbij flink werd gegokt, gedronken en plezier werd gemaakt. Zo rond 1857 werd het besluit genomen om deze zogenaamde `hardrijderijen’ van de Ijsclub (!) uit te breiden naar het ijs. Het duurde echter nog dertig jaar voordat deze plannen concreet werden uitgevoerd van een ijsclub met een paar leden naar een echte ijsver-eniging. Maar in 1887 was het dan eindelijk zover! IJsclub Oldemarkt verenigde zich samen met enkele kleinere groepjes in IJsvereniging IJsvermaak. Door middel van loting werd de eerste president I.J.H. de Bruijn met veertien stem-men. Een nipte overwinning, aangezien zijn concurrenten G. van Gunst en B.J. Schurer hem op de hielen zaten met elk dertien stemmen.

Links: De ijsbaan in 1985. Bijna honderd jaar eerder was de vereniging opge-richt.
Rechts; Gebruikers van de ijsbaan in 1985. In de 20e eeuw schaatst men voor het plezier, maar de meeste schaatsers in de 19e eeuw kwamen voor de prijzen; Sommigen waren zo goed dat ze van het prijzengeld alleen al konden leven.

De kersverse IJsvereniging pakte direct groots uit voor de eerste hardrijderij van dat seizoen; er werden zo’n 1500 toegangskaarten ingekocht en verder werd er nog voor ongeveer 140 gulden aan materiaal aangeschaft en mensen voor klussen ingehuurd. Zo trok men Koos Borg aan om de baan schoon te maken, kocht men van Cornelis Dijkstra tien palen over voor de prijs van 12 centen en werden er premies verzameld. Daarnaast besloot men dat per premie van een particulier de IJsclub de premie verhoogde met 50 cent. Zo legde G. Lok een premie van 10,25 gulden in, waarna de IJsclub de premie automatisch nog verhoogde met 50 cent. Dit geld was voor de eerste persoon die zich inschreef voor het seizoen 1887/1888. De eerste hardrijderij van dat seizoen werd aangekondigd in de Leeuwarder Courant en de Opregte Steenwijker Cou-rant. Te winnen waren een prijs van 50 gulden, een premie van 10 gulden en een cadeau van 5 gulden. Deze wedstrijd zou worden gehouden op 10 januari, en interessant genoeg alleen beschikbaar voor vrouwen. Helaas werd er niet bij gemeld hoeveel deelnemers er waren en wie de prijzen wonnen.
Maar van de hardrijderij een maand later zijn meer gegevens bekend. Op 10 februari 1888 schoten de vrouwen opnieuw over het ijs. Ienskje Wagenaar (19 jaar) uit Heerenveen nam de hoofdprijs van 30 gulden mee naar huis. De tweede prijs, een premie van 10 gulden, werd gewonnen door Antje van der Wal, (16 jaar) uit Peperga.
De eerste hardrijderij voor mannen waar de resultaten bekend zijn liep uit op een teleurstelling; er waren te weinig deelnemers op komen dagen waardoor het prijzengeld flink werd verlaagd. Uiteindelijk veroverde K. Manje uit Akkrum de hoofdprijs van 10 gulden. Tweede werd B. Dekker uit Zwolle, 5 gulden en als derde kwam de heer J. Trinks uit Steenwijkerwold over de eindstreep. Daarnaast waren er hardrijderijen voor de jongens tot 17 jaar die dag, waarbij Wisman de eerste prijs won van 2,50 gulden. Tunninga werd tweede, 1 gulden, en de Lange won de derde prijs van 0,50 cent. Dit was op 8 december 1890.
Maar het was niet alleen maar schaatsplezier. Al vroeg in haar bestaan kreeg de IJsvereniging te kampen met geldgebrek. Dit veroorzaakte een relletje in het bestuur, waarna een aantal leden opstapte. De Bruin bleef echter aan als pre-sident en ook de anderen besloten dat er zou worden doorgegaan met de ijs-vereniging, desnoods tot het bittere eind. Lid Jan Bult kwam met diverse voor-stellen om de accommodaties voor de vereniging uit te breiden; zo deed hij voorstellen om aparte verkleedhokjes te laten timmeren, een koek-en-zopietent in beheer van de vereniging op te richten (die werd nu meestal gehuurd) en een houten trapje voor het uitstallen van de prijzen te laten maken. Vaak werden zijn voorstellen op de lange baan geschoven of wees men ze af; er was geen geld voor…..

Foto links: Kinderen maken zich klaar voor een westrijd. Sinds 1888 werden er ook jeugdwedstrijden georganiseerd door de IJsvereniging.
Foto rechts: Schaatsers maken zich klaar voor een wedstrijd, 1991. Zo moeten de eerste deelnemers van de zogeheten ‘hardrijderijen’er ook bij hebben gestaan; goed verpakt, de ijzers geslepen, en de grote wil om te winnen paraat!

Rond 1892 waren de financiële problemen opgelost en toen vond ook de pre-sident het welletjes; notaris De Bruin zwaaide af als president en een span-nende loting en herloting volgde. Uiteindelijk werd het nieuwe lid arts W. Hessel met uiteindelijk acht stemmen de nieuwe president van de ijsclub. J.H.N. Muurlink werd herkozen als secretaris en H. Jonkers kreeg de rol van pen-ningmeester. De oud-president bleef nog wel lid van de ijsclub. Jan Bult deed hernieuwde voorstellen voor zijn uitbreidingsplannen en krijgt dit keer steun van lid Johannes Luiken. Omdat het geldgebrek is opgelost, ging het bestuur nu wél akkoord met aantal van die plannen.
Op 13 december 1895 werd er een hardrijderij gehouden voor de leden van de vereniging, met een klein ongelukje; de vijfde prijs zou een paar rozijnenpotten worden maar dit is zo doorgestreept zodat er nog maar één pot over was. Ie-mand had een ongelukje op het gladde ijs……

Gebruikers van de ijsbaan rondom de kleedhokjes van het overzichts-gebouw van de IJsvereniging in 1985. Dat dergelijke voorzieningen er uiteindelijk kwamen was te danken aan het lid J. Bult, die zo’n honderd jaar eerder er alles aan deed om de voorzieningen van de IJsvereniging uit te breiden. Financiële problemen maakten dit echter nog tot een hele uitdaging!

De rol van de IJsvereniging in het dorp is er één van tegenstellingen. Aan de ene kant speelde het Nederlands Hervormde kerkdenken een rol; zo zijn ge-mengde hardrijderijen met mannen én vrouwen als deelnemers uit den boze. Ook bleef het liberaal/kapitalistische idee aanwezig door alle taken en iedere uitbreiding door middel van een loting/bieding aan te besteden aan de hoogste bieder.
Aan de andere kant koos men ook voor een socialistische aanpak bij zaken. Zo werd al heel snel na de oprichting besloten dat de leden die een financieel gewin uit de hardrijderijen dachten te kunnen slepen, niet mochten meestem-men over het organiseren en plannen van dergelijke wedstrijden. Met deze maatregel kon men voorkomen dat er meer aandacht voor de opbrengst, dan voor de sport zélf ontstond. Sociale bewogenheid met de armen was er ook, aangezien de hardrijderij van 15 februari 1895 vooral bedoeld was om spek en brood voor de armen in te zamelen. De opkomst was massaal: 119 deelne-mers in twee groepen! Jelle van Veen won voor weduwe van Klaas Pieterson de hoofdprijs van vijf stukken spek en tien stukken brood. De tweede prijs was drie stukken spek en tien stukken brood, en alle andere deelnemers kregen 1½ stuk spek en tien stukken brood.
Het Armenhuis in de Kruisstraat te Oldemarkt. De bewoners zullen maar wat blij zijn geweest dat in 1895 de IJsvereniging een hardrijderij organiseerde om voor hen brood en spek in te zamelen.

Op 27 november van dat jaar keerde I.J.H. de Bruijn terug als president van de club. Hij zal met tevredenheid het presidentschap weer hebben aanvaard, want terugkijkend op de eerste acht jaar van het bestaan van de club was er nogal wat verbeterd. Zo was het ledenaantal gegroeid, waren financiële hindernissen overwonnen, de vaste accommodaties voor de deelnemers uitgebreid en had de ijsclub een plekje gekregen in het sociale leven van het dorp. Reden ge-noeg dus om met hernieuwde moed zijn taken weer op te pakken en zich voor te bereiden op de nieuwe jaren die eraan zouden komen! Dat mocht hij niet meer beleven; De Bruijn overleed twee maanden later, op 25 februari 1896.

Bronnen:
Notulenboek IJsvereniging IJsvermaak.
Steenstra, J. A., “IJsvereniging IJsvermaak 125 jaar”. In: De Silehammer 20/4 (december 2012)pagina 24 e.v.
Alle getoonde foto’s komen uit de map `IJsbaan’ van de HVIJ.